Een vriend van me weigert er zelfs over te praten. Natuurwijn kopen, voor hem is dat alsof je hem vraagt een glas azijn te drinken. Discussie gesloten, kurk erop. Ik begrijp zijn standpunt. Maar ik deel het niet. Want als je overweegt natuurwijn te kopen, verdien je een eerlijk antwoord. Geen dogma van de hipster-wijnbar, geen snobbisme van de traditionalist. Gewoon: wat is het, waarom bestaat het, en moet jij er iets mee?
Wat is natuurwijn kopen eigenlijk?
Er bestaat geen wettelijke definitie van natuurwijn. Dat maakt het lastig. Maar de kern is simpel: een wijnmaker die zo weinig mogelijk ingrijpt. Geen pesticides op het veld, geen industriële gisten in de kelder, geen sulfieten toegevoegd, geen filtratie. De druiven gisten op eigen kracht, met de wilde gisten die al op de schil zitten. Wat er uitkomt, is wat het is.
Dat klinkt romantisch. En dat is het ook, een beetje. Maar het is vooral een uitdaging. Want wijn maken zonder vangnetten is moeilijk. Een slechte oogst, een warme zomer, een fout in de timing en je hebt geen correcerende middelen achter de hand. Wie dat toch doet, die heeft lef. En daar heb ik respect voor.
Waarom smaakt natuurwijn soms zo raar?
Dat is de eerlijke vraag. En het eerlijke antwoord is: omdat er niets is om de smaken te temmen. Natuurwijnen hebben vaker hogere zuren, soms aroma’s die doen denken aan kombucha, lambiekbier of zelfs cider. Niet toevallig: al die dranken zijn ook het resultaat van langere gisting en contact met gisten en lucht.
Het is een beetje zoals een appel die lichtjes bruin wordt als je hem laat liggen. Anders, maar niet per se slechter. Sommige mensen vinden het geweldig. Anderen haken af bij het eerste glas. Mijn vriend hoort bij die tweede groep. Hij zal er niet van slapen.
En dan is er nog de troebeling. Veel natuurwijnen zijn niet helder gefilterd. Je ziet het meteen als je ze inschenkt. Een blind proefspel wordt daarmee moeilijk, want je ziet al vóór je proeft dat er iets anders in het glas zit. Of je het ook proeft, dat is nog de vraag. Maar visueel klopt de verrassing niet meer.
Het vegan-geheim dat niemand je vertelt
Hier wordt het interessant. De meeste mensen denken dat gewone wijn automatisch vegan is. Druiven, gisting, fles. Wat kan daar niet vegan aan zijn?
Veel. Want traditionele wijn wordt vaak gefiltreerd met dierlijke producten. Eiwitten uit eiwit, gelatine, of zelfs vislijm. Die stoffen trekken de troebele deeltjes uit de wijn, zodat je een heldere fles krijgt. Ze verdwijnen daarna uit de wijn, maar het contact is er geweest.
Natuurwijn filtert niet. Dus gebruikt die ook geen dierlijke filtermiddelen. Dat maakt veel natuurwijnen, zonder dat er een vegan-label op staat, effectief veganistisch. De wijn die er troebel uitziet, is in dit geval de meest eerlijke keuze voor wie dieren wil ontzien. Dat is de wereld op zijn kop, maar zo zit het.
Is elke natuurwijn dan goed?
Nee. En dat is het probleem. Omdat er geen officiële definitie bestaat, kleeft iedereen het label op wat hij wil. Een wijnmaker die één keer geen sulfieten toevoegt en zijn wijn troebel laat, kan zichzelf morgen als natuurwijnmaker presenteren. Het verschil met iemand die echt biologisch werkt, jarenlang investeert in gezonde bodems en bewust kiest voor non-interventie, is hemelsbreed.
Een eerlijk gemaakte natuurwijn, van een wijnmaker die het serieus neemt, is een plus. Dat ben ik echt overtuigd. Maar koop je een fles puur op basis van het woord “naturel” op het etiket? Dan gooi je een dobbelsteen.
Mijn advies: vraag bij je lokale wijnhandel of een gespecialiseerde wijnbar naar de achtergrond van de producent. Wie is het? Hoe werkt hij? Dat vertelt je meer dan het etiket ooit kan.
Wat heeft dit met blind proeven te maken?
Bij Flavory draait alles om blind proeven. Wijnen inschenken, proeven, raden. Geen labels, geen suggesties. Gewoon je neus en je smaak.
Een troebele natuurwijn in dat spel stoppen is lastig, want je ziet de troebeling al voor je proeft. De verrassing is deels weg. Maar het gesprek dat volgt, dat is juist goud. Waarom smaakt dit anders? Is dit een fout of een keuze? Zou ik dit opnieuw kopen?
Dat zijn precies de vragen die van een wijnavond iets méér maken dan glazen leegdrinken. En daar gaat het uiteindelijk om.
Moet jij natuurwijn kopen?
Als je nieuwsgierig bent: ja. Probeer het minstens één keer, bij iemand die er verstand van heeft. Niet in de supermarkt, niet op basis van een mooi etiket. Maar een fles van een wijnmaker die zijn verhaal eerlijk vertelt.
Je hoeft het niet lekker te vinden. Mijn vriend vindt het ook niet lekker, en hij slaapt er prima bij. Maar je mag het ook niet afwijzen zonder het écht geproefd te hebben. Dat zou zonde zijn. Net zoals het zonde zou zijn om nooit blind te proeven omdat je bang bent voor de uitkomst.
Durf te proeven. Durf te oordelen. En laat de troebeling je niet tegenhouden.


























